Gesprek met mijn Meester
Zaterdagavond, ik zit aan tafel. Tegenover mij twee goede vrienden. Een maandelijks terugkerend ritueel. De avond na een overvolle dag vol nieuwe ervaringen en indrukken. Het lijkt een rustig samenzijn, maar schijn bedriegt. Aan mijn kant van de tafel wemelt het van de ikken die om voorrang schreeuwen.
Aanleiding van al die verwarring is het Boeddhisme, of eigenlijk: hoe het Boeddhisme mij heeft geraakt. Een van mijn ikken roept: Wat is nou leegte? Leegte is toch gewoon niks? Wie streeft er nou naar leegte? Een andere ik zegt gepikeerd: Je hoeft toch niet alles te geloven? Weer een ander bemoeit zich er verontwaardigd tegenaan: je moet toch eerst weten wat iets inhoudt voor je het van de hand doet? Heel schuchter klinkt ergens in de achtergrond de stem van ik nummer vier: het leek me zo mooi, dat Boeddhisme, maar zo vind ik er niks aan.
Ik Zelf heb weinig in te brengen. Ik word heen en weer geslingerd tussen de verschillende ikken en de bijbehorende emoties. Verontwaardiging overheerst. Mijn roerige leventje was een paar jaar geleden eindelijk in rustiger vaarwater terechtgekomen. Niet rustig als in weinig reuring, maar innerlijk rustig. Nu, met het Boeddhisme als trigger, kan ik me niets meer voorstellen bij het woord rust. Wat is er toch gebeurd? Ik wist wat ik waard was, wat ik wilde. Op het moment dat de passie wegebde, vond ik het tijd voor een nieuwe uitdaging: het Interspiritueel Seminarie. Veel ervaren, leren, lezen over wijsheidstradities en religies, mystiek, psychologie. En dat allemaal in xe9xe9n opleiding, waarbij je ook nog eens een verdiepingsslag maakt in je persoonlijke ontwikkeling.
En hier zit ik dan, als een bolletje wol dat door de kat flink is toegetakeld, en waarvan het begin en eind volledig zoek zijn. Ik weet van gekkigheid niet waar ik moet beginnen met denken, voelen, begrijpen.
Mijn vrienden zijn verdwenen. Mijn Meester zit tegenover me. Ze vraagt, en een van de ikken geeft antwoord. Ze vraagt nog eens, en een andere ik geeft een ander antwoord. Wat een frustratie! Ze daagt me uit. Misschien past meditatie helemaal niet bij jou. Wat zegt ze nou? Misschien zou je een andere vorm van meditatie kunnen proberen, een actieve vorm van meditatie. Ik denk dat dat beter bij je past. Ik wik en weeg, heb het gevoel dat ik een keuze moet maken. Maar ik wil geen keuzes maken! Ik wil alles!
Mijn ikken zijn nu echt slaags geraakt met mij en elkaar. De ene schreeuwt in mijn linkeroor, een ander trekt hard aan zijn haar. Weer een ander probeert al springend op tafel mijn aandacht te trekken. Ik word er doodmoe van. Mijn Meester gaat onvermoeibaar door en ik mompel dat ik drie jaar geleden al mijn knikkers op een rijtje had, en dat ik nu totaal verdwaald en verdwaasd ben. Terwijl de Meester praat, legt de Rechterhand van de Meester een vel papier op tafel en maakt zwijgend een tekening. Uit het potlood tovert ze mij tevoorschijn, met om mij heen een heleboel luchtbellen, elk met een eigen waarde. Reiki. Mediteren. Boeddhisme. Natuurreligies. De Meester legt uit: af en toe haal je zox92n luchtbel dichterbij. Je bekijkt wat erin zit, haalt eruit wat je nodig hebt of wilt bestuderen, en laat hem dan weer los. Er beginnen wat kwartjes te vallen, heel voorzichtig, heel traag. Je hoeft niet overal in te duiken alsof je leven ervan afhangt. Warempel, een aantal ikken kijkt nu belangstellend mee naar de luchtbellen die geruisloos om mij heen zweven.
De Meester gaat door. De luchtbellen zijn slechts gereedschappen. Zo is het ook met wat in het Interspiritueel Seminarie wordt aangeboden: je mag er mee doen wat je wilt, wanneer je maar wilt, maar je moet niets. Ik sputter nog wat tegen. Dat ik eigenlijk de bodemloze diepte in wil, maar dat ik daar in het donker niet wil ontsporen in een depressie. De Meester is geduldig. Waarom nu die diepte in? Dan doe je het toch later? Alles mag, niets moet.
Ik kijk om me heen. Als een stel vijfjarigen dat heeft geprobeerd wakker te blijven tot de jaarwisseling liggen mijn ikken verspreid door de kamer, snurkend, kwijlend, met een duim in de mond. Een enkeling zit met moeizaam opengesperde ogen quasi gexefnteresseerd naar ons te kijken, wachtend op het vuurwerk dat niet komt.
Mijn spaarpot begint intussen aardig vol te raken met kwartjes. Ik ben niet mijn luchtbellen, ook al had ik ze, gastvrij als ik ben, als nieuwe ikken geadopteerd. Ze zijn wel altijd in de buurt, ik kan ze aanraken wanneer ik dat wil. Soms botsen ze even zachtjes tegen me aan, om me te laten weten dat ze er nog zijn. En ook niet onbelangrijk: er zit blijkbaar een grens aan wat ik kan opnemen. Het willen ervaren van alles wat wordt aangeboden is leuk x96 maar zelfs na een avondje bomen met vrienden over enkelvoudige onderwerpen als ufox92s of kaas kan ik normaal gesproken de slaap al niet vatten.
Ik bedank mijn Meester en haar Rechterhand, en raap mijn ikken bij elkaar. Wanneer we even later met zx92n allen in het logeerbed liggen voel ik me gezien en gewaardeerd. Terwijl ik me voorzichtig op mijn zij draai x96 ik zou het mezelf niet vergeven als ik morgen een van mijn ikken geplet blijk te hebben x96 weet ik dat een leven doordrenkt van passie en verwondering op me wacht. Ik en mijn ikken: we zijn er klaar voor!
xa9 Agnes Dobbenberg
31 maart 2011
